Grondwetswijziging 1983; artikel 1

'Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan'.

In de jaren zeventig hebben humanisten zich ingezet voor het tot stand komen van Artikel 1 van de Nederlandse Grondwet. Deze trad in 1983 in werking. Artikel 1 is voor humanisten niet alleen belangrijk vanwege het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod maar ook om een andere reden: de emancipatie van de niet-godsdienstige levensovertuiging.

Op de achtergrond de tekst van de Grondwet. Locatie: Den Haag.

Godsdienst én levensbeschouwing  
De Nederlandse Grondwet is wereldwijd de eerste die de gelijke behandeling van godsdienst én levensovertuiging vastlegt. Dat lijkt vanzelfsprekend maar is het niet. Vrijwel overal wordt in grondwetten gesproken over de vrijheid van godsdienst. Maar er is geen sprake van een gelijke behandeling van de niet-godsdienstige levensbeschouwing. Vooral in islamitische landen staat het burgers niet vrij om de islamitische godsdienst te verlaten en worden ongodsdienstigen vervolgd, soms zelfs met de doodstraf. In internationale en Europese mensenrechtenverdragen is wel sprake van een gelijke behandeling van niet-godsdienstige levensbeschouwingen. Het ontbreken van een vertaling voor het woord levensbeschouwing (een typisch Nederlands woord) maakt het soms moeilijk om te begrijpen waar het over gaat. In bijvoorbeeld het Engels en het Frans gebruikt men termen als filosofie en wereldvisie.

Gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod
Het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod worden meestal als de belangrijkste kenmerken van artikel 1 gezien. Daar zijn vanuit humanistisch oogpunt een paar aanvullende opmerkingen over te maken.

In gelijke gevallen gelijk behandelen kan misverstaan worden. Het gaat hier niet om de gelijkvormigheid maar om de gelijkwaardigheid van mensen. Er bestaat een spanning tussen het (a) grondrecht gelijk behandeld te worden en (b) de vrijheid zelf zin en vorm te geven aan het leven. Dit speelt in de praktijk met name met de vrijheid van godsdienst. Deze wordt soms zo opgevat dat godsdienstige overtuigingen aan andersdenkenden worden opgedrongen. Wat humanisten betreft, is de vrijheid van godsdienst en levensbeschouwing geen vrijbrief voor discriminatie; ook niet op bijzondere scholen.

Allen die zich op Nederlands grondgebied bevinden
Opvallend aan Artikel 1 is bovendien dat de werking niet beperkt wordt tot Nederlanders maar het geldt voor allen die zich op ons grondgebied bevinden. Dit is vooral belangrijk als het gaat om de rechten van immigranten en buitenlanders. Hoewel de werking van dit artikel vooral verticaal bedoeld is (het regelt de verhouding tussen overheid en burgers) gaat er in de praktijk ook een horizontale werking van uit (het raakt de verhoudingen tussen burgers). Dit blijkt met name uit de Wet Gelijke Behandeling.

Op welke grond dan ook
Tenslotte is het einde van Artikel 1 belangrijk: de werking beperkt zich niet tot de genoemde kenmerken maar geldt voor welke grond dan ook. Deze zinsnede is opgenomen omdat niet-confessionele partijen ook homo- en heteroseksualiteit wilden noemen en christelijke partijen dat weigerden. Het gevaar ontstond dat de weglating van deze vorm van discriminatie uitstraalt dat homodiscriminatie meer geoorloofd zou zijn. Door de gekozen toevoeging is voorkomen dat het discriminatieverbod ongewild bepaalde vormen van discriminatie zou gaan bevorderen. Nu valt bijvoorbeeld ook leeftijdsdiscriminatie en discriminatie van mensen met een beperking onder de werking van Artikel 1. Ondanks de toevoeging 'op welke grond dan ook', pleit het Humanistisch Verbond actief voor het benoemen van homoseksualiteit.

De grondwetsherziening in 1983 was breder dan het tot stand komen van Artikel 1. Zo werd ook de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (privacy) opgenomen (artikel 10), de vrijheid van meningsuiting, het expliciete verbod op de doodstraf en de verplichting van de overheid om bestaanszekerheid, werkgelegenheid en een schoon milieu te bevorderen. Deze laatste overheidsverplichting sluit aan op een positief vrijheidsbegrip: de overheid dient zich niet alleen te onthouden van inmenging (negatieve vrijheid) maar ook zelfbeschikking te bevorderen (positieve vrijheid).

Aanneming eerste Nederlandse Grondwet in 1814

Nieuwe herziening
In 2007 is besloten de huidige Grondwet opnieuw kritisch onder de loep te nemen. Knelpunten zijn bijvoorbeeld de verhouding tot internationale verdragen, het ontbreken van digitale rechten en de gebrekkige toegankelijkheid van de tekst. De Staatscommissie Grondwet gaat momenteel na of een herziening nodig is. Het Humanistisch Verbond pleit - naast de toevoeging van homoseksualiteit in Artikel 1 - ook voor een toevoeging van zelfbeschikking aangaande het levenseinde.

Auteur van deze tekst
Rob Tielman, hij is socioloog, emeritus hoogleraar Sociale en Culturele aspecten van het Humanisme (UU), en was voorzitter van het Humanistisch Verbond en van de IHEU. Op dit moment is hij voorzitter van het Humanistisch Archief.