ethiek

David Hume (1711-1776)

'Volgens het moderne Europese bijgeloof is het goddeloos het eigen leven te beƫindigen en al doende in opstand te komen tegen onze schepper. En waarom (...) is het dan niet goddeloos om huizen te bouwen, de grond te bewerken, en de oceaan te bevaren?' (Over Zelfdoding)

Immanuel Kant (1724-1804)

'Twee dingen vervullen de geest met steeds nieuwe en toenemende bewondering en eerbied, hoe vaker en langduriger het denken zich ermee bezighoudt: de sterrenhemel boven mij en de morele wet in mij.' (Kritiek van de praktische rede, besluit).

Martha Nussbaum (1947)

'Pluralisme en respect voor verschil zijn in zichzelf universele waarden.' (Women and Human Development, p.32).

Aristoteles, (350 v. Chr.)

'Het is dus duidelijk dat de grootsheid als het ware een sieraad is van de deugden.' (Boek 4, 1124 a 1-2)

Jan Hoving,

'Ons neen zeggen tegen God is zoals Nietzsche het uitdrukt een ja zeggen tot het omhoogworstelende leven' (Hoving in De Vrijdenker, april 1923)

Jaap van Praag, (1947)

'(...) humanisme betekent tegelijk die milde kunst, die zich met veel menselijk falen verzoend heeft en daaruit kracht put - glimlach zonder pessimisme en zelfzucht zonder zwaarwichtigheid.' (pg. 92)

John Stuart Mill, (1859)

'[D]e enige reden waarom men rechtmatig macht kan uitoefenen over enig lid van een beschaafde samenleving, tegen zijn zin, (is) de zorg dat anderen geen schade wordt toegebracht. Iemands eigen welzijn, hetzij fysiek, hetzij moreel, is geen voldoende rechtsgrond.' (Inleiding, p.45)

Michel Foucault (1926 - 1984)

'Ken jezelf.' (Socrates)
'Neem bezit van jezelf.' (Seneca)

Spinoza, (1677)

'Gelukzaligheid is niet het loon van de deugd, maar de deugd zelf... (Al) het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam.' (Boek V, stelling 42).