geluk

Lucretius, (eerste eeuw v. Chr.)

'Als jij dit weet en goed onthoudt, blijkt de natuur terstond bevrijd, verlost van trots verheven heersers, en zelfstandig alles zonder godenhulp te doen'. (p. 177)

Dalai Lama, (1999)

'In de eerste plaats ben ik Tibetaan voor dat ik Dalai Lama ben, maar voor dat ik Tibetaan ben, ben ik vooral ook mens.'

Baron d'Holbach (1723 - 1789)

'Kortom, bewijst niet alles dat moraal en deugd totaal niet samengaan zijn met de noties van een god?'

Jean-Paul Sartre,  (1946)

'Er is geen ander universum dan dat van de mens... (Dit is) humanisme, omdat wij de mens eraan herinneren dat hij geen andere wetgever heeft dan zichzelf en dat hij in de verlatenheid over zichzelf zal beslissen; en omdat wij laten zien dat de mens niet door zich naar zichzelf toe te wenden, maar altijd door een doel buiten zichzelf te zoeken... zich pas als menselijk wezen realiseert.' (61-62)

Aristoteles, (350 v. Chr.)

'Het is dus duidelijk dat de grootsheid als het ware een sieraad is van de deugden.' (Boek 4, 1124 a 1-2)

Epicurus,

'Het gelukkige leven wordt niet tot stand gebracht door drinkgelagen (...), noch door het genieten van jongens en vrouwen (...), maar door nuchter denken (...).'

Spinoza, (1677)

'Gelukzaligheid is niet het loon van de deugd, maar de deugd zelf... (Al) het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam.' (Boek V, stelling 42).

Ludwig Feuerbach, (1841)

'Niet een god schept de mensen, maar de mensen scheppen zich een god naar hun beeld.'

Camus, (1942)

'Het absurde ontstaat uit de confrontatie van de mens die vraagt, en de wereld die op een onredelijke wijze zwijgt.'