matigheid

Aristoteles, (350 v. Chr.)

'Het is dus duidelijk dat de grootsheid als het ware een sieraad is van de deugden.' (Boek 4, 1124 a 1-2)

Epicurus,

'Het gelukkige leven wordt niet tot stand gebracht door drinkgelagen (...), noch door het genieten van jongens en vrouwen (...), maar door nuchter denken (...).'