realisme

Sigmund Freud, (1927)

'Stellig zal de mens (wanneer men hem de religieuze illusie afpakt - red.) in een lastige situatie verkeren, hij zal zichzelf heel zijn hulpeloosheid, zijn onbeduidendheid in het wereldse raderwerk moeten bekennen, hij zal niet langer het middelpunt van de schepping, niet langer het voorwerp van liefderijke zorg van een goedgunstige voorzienigheid zijn. Hij zal zich in dezelfde positie bevinden als het kind dat het ouderlijk huis verlaten heeft, waarin het zich zo warm en behaaglijk voelde. Maar het infantilisme is toch gedoemd te worden overwonnen, nietwaar? De mens kan niet eeuwig kind blijven.' (Conclusie)