'Een verstandige vraag is de helft van de wijsheid.' (Francis Bacon)
Sir Francis Bacon was een eminent vertegenwoordiger van het nieuwe wetenschappelijke denken. Hij was ervan overtuigd dat wetenschap en technologie de mensheid vooruit zouden helpen en was een van de eerste 'vooruitgangsdenkers'. In zijn zoektocht naar zuivere kennis hechtte hij groot belang aan zintuiglijke waarnemingen. Bevrijd van autoriteiten en traditie, stelt zijn wetenschappelijke methode vragen aan de natuur zélf: inductie.
Bacon heeft zowel een politieke als een wetenschappelijke carrière gekend. Na zijn studie in Cambridge probeerde hij - in de traditie van zijn familie - een politieke carrière op te bouwen. Met succes. Hij komt in het Engelse parlement en klimt op tot het hoogste ambt in het land, dat van Lord Kanselier (Eerste Minister). In 1621 wordt hij echter veroordeeld vanwege het aannemen van steekpenningen en besluit zich bezig te houden met de inhoud en organisatie van de moderne, experimentele wetenschappen en filosofie.
Zijn bekendheid geniet Bacon dankzij zijn rol als vernieuwer van de wetenschap met de inductieve methode en de nadruk op experimenteren. Met de inductieve methode wordt bedoeld dat je op basis van zintuiglijke waarnemingen ideëen over de wereld vormt. Volgens Bacon moet men beginnen met het zichtbare feit, niet met een bedachte idee. Ook niet toegestaan zijn zaken als intuïtie en aangevoelde waarheden. Om de juiste methode te vinden zijn twee stappen nodig: de zuivering van het verstand van alle vooroordelen en overgeleverde dwalingen en vervolgens de toepassing van de correcte methode van denken en onderzoeken.
In de utopische roman New Atlantis heeft Bacon een poging gedaan om de nieuwe wetenschappen, nationaal en internationaal, op een juiste manier te organiseren. Hij was van mening dat de staat door wetenschappers bestuurd diende te worden. De moderne wetenschap brengt de mens uiteindelijk vooruitgang. De bekende uitspraak 'kennis is macht' (Scientia potentia est) is van Bacon afkomstig.
In zijn Essays (1579) en The Proficience and Advancement of Learning (1605) kwam duidelijk tot uiting dat Bacon een aanhanger van Averroës dubbele waarheid was: er bestaat een waarheid van de rede en een waarheid van het geloof. Eenmaal erkend dat er een Openbaring is (waarheid van het geloof), wijdde Bacon zich aan de filosofie en de moderne wetenschappen (waarheid van de rede).
Titelpagina voorwoord Novum Organum met de tekst 'Multi pertransibunt et augebitur scientia' (velen zullen hier door gaan en onze kennis zal groeien). Het schip vaart door de Pilaren van Hercules. Volgens Plato lag Atlantis achter deze pilaren.
Het nieuwe leren
Een nieuwe wetenschap betekent ook een nieuwe vorm van leren. In The Proficience and the Advancement of Learning onderscheidt Bacon drie gangbare fouten van het denken en van het 'ouderwetse' leren.
Zo is er de pseudo-wetenschap; de nergens op gebaseerde kennis van charlatans die vooral onkritische volgelingen zoeken. Bacon geeft aan dat hier twee fouten in het spel zijn; de fout van het oplichten en de fout van het graag opgelicht willen worden. In zijn tijd betrof het zaken als alchemie, vormen van magie en astrologie.
Verder was er de fout van het haarkloven, het debatteren om het debat in plaats van het verkrijgen van nieuwe kennis. In de middeleeuwse scholastiek bijvoorbeeld, kon men zich tot in den treure bezig houden met disputen die weinig praktisch van aard waren, zoals de vraag of Jezus ooit gelachen had en de vraag of hij aan drie of vier spijkers aan het kruis hing.
Daarnaast was er de fout van het decadente humanistische leren. Daarmee doelde Bacon op de van Cicero bekende aandacht voor stijl en vorm. Inhoud is belangrijker dan vorm, vond Bacon. Wetenschap moet het leven in praktische zin beter maken en niet zomaar als plezierig tijdverdrijf worden uitgeoefend. Mooischrijverij is verspilling van talent.
Novum Organum : de vier dwalingen
Naast de drie fouten van het leren, staat Bacon vooral bekend vanwege de opsomming van vier 'Idols' in zijn Novum Organum (Het nieuwe werktuig)(1620). 'Idols' zijn dwalingen, vooroordelen en drogredenen.
1.Idols of the Tribe (drogbeelden van de stam) zijn natuurlijke, mens-eigen drogbeelden. Zo hebben we de neiging om te generaliseren, nemen we veel dingen voor lief aan zonder ze te onderzoeken en doen we voortdurend aan 'whishful thinking'; de neiging om datgene wat we graag zouden willen overal waar te nemen en er in te geloven. We kunnen deze drogredenen niet helemaal uit de weg gaan, ze zijn immers natuurlijk voor de mens, maar we moeten er wel rekening mee houden.
2. Idols of the Cave (drogbeelden van de grot) komen voort uit aanleg, opvoeding en persoonlijke overtuigingen. Terwijl de Idols of the Tribe bij de stam van de mens horen en dus bij iedereen voorkomen, zijn de Idols of the Cave door de cultuur en persoonlijke achtergrond bepaald. Het gaat hier over de fout je eigen werkelijkheid te veralgemeniser en op iedereen en alles van toepassing te verklaren.
3. Idols of the Market-Place (drogbeelden van de markt) komen voort uit het intermenselijk verkeer. Hierbij speelt de taal een belangrijke rol; het gaat om communicatiefouten. Bacon onderscheid taalfouten bestaande uit het gebruiken van verkeerde taal voor dingen die wél bestaan, en het verzinnen van taal voor dingen die níet bestaan (zoals sferen). Zo is het af te keuren als mensen woorden gebruiken die zo breed zijn, dat niemand meer weet wat er precies bedoeld wordt. Ook onhandig is het gebruik van jargon of woorden met een dubbele betekenis als je iets precies wilt aanduiden.
4. Idols of the Theater (drogbeelden van het theater) komen voort uit de overgeleverde en ingebakken leerstellingen van filosofen, wetenschappers en theologen, vooral die uit de Oudheid. Wat Bacon met name dwars zit, zijn grootse schema's en ideëen die zonder empirisch onderzoek ons beeld van de werkelijkheid kleuren. Daarbij dacht hij aan speculatieve filosofische systemen, bestaande uit argumenten in plaats van waarnemingen. Ook bekritiseerde hij wetenschappers en filosofen die uit één correct idee de hele werkelijkheid wilden verklaren. Daarbij meende hij dat filosofische en theologische theorieen uit elkaar gehaald moesten worden. Bacon legt zoals Giordano Bruno het accent op het heden en de toekomst (zie verder Novum Organum, XXX1- LX1V).
Over Bacon doet een aantal mysterieuze verhalen de ronde. Zo zou hij de niet-erkende zoon van Koningin Elizabeth zijn en de ware auteur van aan Shakespeare toegeschreven werken.
Vandaag de dag is Bacon onder meer bekritiseerd vanwege zijn perspectief op de natuur. De natuur staat in zijn denken ten dienste van de mens en de mens moet er alles aan doen zijn macht over de natuur te vergroten. Peter Gay schrijft in The Enlightenment: 'Het waren Bacon en Descartes die braken met het historisch fatalisme, d.w.z. zij accepteerden niet langer dat de natuur de mens beheerste maar stelden dat de mens met behulp van de wetenschap heerste over de natuur'. Veel hedendaagse humanisten nemen afstand van dit idee en benadrukken de eenheid tussen mens en natuur.
Auteur van dit venster
Jo Nabuurs, hij is historicus, als vrijwilliger verbonden aan het Humanistisich Archief en redactielid van de Humanistische Canon. Hij schreef diverse werken over de vrijdenkersbeweging.
Literatuur.
Bertrand Russell, Geschiedenis der Westerse filosofie (1970).
Man and the Universe: The Philosophers of Science . The Worlds Great Thinkers (1954).
Peter Gay, The Enlightenment. 2: The Science of Freedom (1973).
